Taken en structuur

De wettelijke taken van de COGEM

De taken van de COGEM zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer (artikel 2.27). Hierbij worden de volgende taken onderscheiden: 1. De commissie heeft tot taak de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) op diens verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de indeling van risicogroepen bij vervaardiging en handelingen met ggo’s. En te adviseren over de veiligheidsmaatregelen die m.b.t. de onderscheiden risicogroepen ter bescherming van mens en milieu moeten worden getroffen, inbegrepen de eisen die aan deskundigheid van bij de werkzaamheden betrokken personen moeten worden gesteld. 2. De COGEM heeft voorts tot taak: - De Staatssecretaris te adviseren over kennisgevingen en over aanvragen om vergunning, voor zover die betrekking hebben op werkzaamheden met ggo’s.
- De Inspectie Leefomgeving en Transport, die belast is met het toezicht op werkzaamheden met ggo’s, te adviseren met betrekking tot dat toezicht. 3. Op verzoek van de Staatssecretaris van IenW of andere betrokken Ministers, dan wel uit eigen beweging informeert de COGEM de betrokken Minister indien aan genetische modificatie ethische of maatschappelijke aspecten zijn verbonden die naar oordeel van de COGEM van belang zijn. De Staatssecretaris van IenW benoemt de voorzitter en de maximaal 20 leden van de COGEM. Zij worden geselecteerd op grond van hun expertise. Daarnaast kent de COGEM maximaal 20 buitenleden die aangesteld worden door het Dagelijks bestuur. De COGEM is onderverdeeld in drie subcommissies:
- Subcommissie Landbouw - Subcommissie Medisch Veterinair - Subcommissie Ethiek en Maatschappelijke Aspecten Voor specifieke vraagstukken doet de COGEM soms een beroep op externe deskundigen. De contacten met de betrokken overheidsdiensten worden onderhouden door ambtelijke vertegenwoordigers. De werkzaamheden van de COGEM worden ondersteund door een secretariaat dat gevestigd is in Bilthoven.